Update from the test site · 2025–2026
Update Bloemenweiden — testjaar 2025-2026
Test site next to the Velpestraat, Bierbeek
en
This page has not been translated yet. You are reading the Dutch version.
Je kunt bloemen zaaien. Wat de natuur ermee doet, beslist ze uiteindelijk zelf.
Toen we aan het testjaar 2025–2026 begonnen, was een deel van het terrein weinig meer dan kale grond.
Onze ambitie was behoorlijk groter: stap voor stap een omgeving creëren waarin bloemen, struiken, bomen, insecten en vogels elkaar zouden versterken.
En dus zijn we beginnen planten.
Veel planten.
Een vrachtwagen vol planten, 200 bijomende struiken, 30 bijkomende bomen en heel veel zaad
Een volgeladen vrachtwagen met planten kwam vanuit Zemst naar Bierbeek. Daarnaast plantten we ongeveer 200 struiken, 30 bomen en een hele reeks meerjarige bloemen.
Voor de bloemenweide gingen we nog een stap verder.
Met behulp van AI lieten we gerichte zaadmengelingen samenstellen die rekening hielden met de grondsoort op onze testsite in Bierbeek.
Een vijftiental soorten gingen de grond in.
Daarna was het aan de natuur.
En de winnaars zijn...
Kamille, klaproos, korenbloem, kaasjeskruid, goudsbloem, wilde peen, nepeta en vingerhoedskruid voelden zich duidelijk thuis.
Andere kandidaten hadden het moeilijker.
Vooral onze zonnebloemen en geurerwten kregen te maken met een tegenstander waarmee in onze planning iets minder rekening was gehouden:
de woelmuis.
Heel wat zaden werden simpelweg weer opgegraven.
De enkele zonnebloemen die de ondergrondse aanval overleefden, groeiden daarentegen uit tot indrukwekkende exemplaren. En zodra de zaden verschenen, werden ze trekpleisters voor mezen en vinken.
Les één: wie voor biodiversiteit plant, bepaalt niet altijd zelf wie er als eerste van profiteert.
Ook succes moet je soms afremmen
Kamille deed het dan weer uitstekend.
Iets té uitstekend.
Op bepaalde plaatsen begon ze andere soorten te verdringen en dreigde een bloemenweide stilaan een kamilleweide te worden.
Achteraf bekeken hadden we eind mei een deel van de kamille moeten maaien om andere soorten meer ruimte en licht te geven.
Ook dat is precies waarom we met een testsite werken: niet alleen ontdekken wat groeit, maar ook leren wanneer je moet ingrijpen.
Toen kwamen de vlinders
Tot begin juni ontwikkelde de bloemenweide zich bijzonder goed.
En plots gebeurde iets wat je niet uit een plantenlijst of zaadmengeling kunt aflezen.
De vlinders kwamen.
In mei telden we op bepaalde momenten meer dan 50 vlinders tegelijk in en rond de bloemenweide.
We zagen er bovendien een bezoeker die we hier voordien nooit hadden opgemerkt: de kolibrievlinder.
Ook boven en rond de bloemenweide veranderde er iets. Groepen distelvinken — of putters — verschenen bijna dagelijks op het terrein. Een goede reden om de distels die spontaan opkwamen niet onmiddellijk als "onkruid" te behandelen, maar ze gewoon te laten staan.
Biodiversiteit houdt zich niet aan perceelsgrenzen
Gaandeweg zagen we steeds duidelijker dat de verschillende onderdelen van de testsite niet los van elkaar functioneren.
Water, bloemen, struiken, verwilderde hoekjes en voederplaatsen begonnen elkaar te versterken.
Niet alleen wij merkten de verandering. Ook buren vertelden ons dat zij meer vogels begonnen waar te nemen.
Dat is misschien een van de interessantste lessen van het eerste jaar: wat je op een halve hectare doet, hoeft niet noodzakelijk op die halve hectare te blijven.
En toen stopte het met regenen
De droge zomer van 2026 bracht ons experiment abrupt in een nieuwe fase.
We ramen dat minstens 20% van onze aanplantingen de droogte niet heeft overleefd.
Opvallend was dat zones waarin we eerder oude paardenmest in de bodem hadden verwerkt, iets beter bestand leken tegen de extreme droogte.
Ook zagen we verschillen tussen de aangekochte planten. De planten die via Behaag je Tuin (www.behaagjetuin.be) werden aangekocht, kwamen allemaal door de droogte. Voor ons een goede reden om opnieuw aan hun groepsaankoop te willen deelnemen.
Maar vooral maakte de zomer duidelijk dat onze volgende uitdaging niet simpelweg is:
Hoe krijgen we zoveel mogelijk bloemen?
De betere vraag is:
Hoe krijgen we zoveel mogelijk bloemen, gedurende een zo lang mogelijke periode, in een klimaat waarin lange droge periodes steeds belangrijker kunnen worden?
De uitdaging voor 2027: van februari tot september
Daarom kijken we voor 2027 vooral naar de spreiding van de bloei.
We willen proberen de bloeipiek van mei en juni langer door te trekken richting september, zodat insecten ook later in het seizoen voedsel kunnen blijven vinden.
Maar we kijken niet alleen naar het einde van de zomer.
Tijdens het testjaar gingen ongeveer 2.000 bloembollen de grond in. Daarmee willen we ervoor zorgen dat de eerste bloemen al vanaf eind februari verschijnen.
Want wanneer de eerste bijen na de winter actief worden, moet hun restaurant eigenlijk al open zijn.
Na één jaar?
We begonnen met kale grond.
Een jaar later hebben we succesvolle én mislukte aanplantingen gezien, woelmuizen gevoerd zonder dat dat de bedoeling was, kamille moeten leren afremmen, tientallen vlinders tegelijk geteld, nieuwe bezoekers ontdekt en ervaren wat een extreem droge zomer met jonge aanplant kan doen.
Niet alles werkte.
Maar precies daardoor weten we in 2027 veel beter wat we willen doen.
Een bloemenweide blijkt geen eindproduct.
Het is een experiment dat ieder seizoen opnieuw begint.
The Making Of
Images from the creation of the test site in Bierbeek, summer 2025: delivery of plants, earthworks, planting beds and the planting itself — with the whole family.





























Become a KURBI partner
€ 1.000 — excl. VAT per project and per project year