Voorwoord van de oprichters
Ewa en Philippe, de oprichters van KURBI, vertellen hoe een tuin in Zemst, een terrein in Bierbeek en veel nieuwsgierigheid samen KURBI werden.
nl
Wij zijn Ewa en Philippe, de oprichters van KURBI.
In ons dagelijkse professionele leven zijn we actief in de advocatuur en juridische dienstverlening. We werken voor ondernemingen, multinationals en overheden, een boeiende wereld, maar ook één van grote dossiers, deadlines, vergaderingen en behoorlijk wat uren achter een computerscherm.
Onze manier om daar af en toe aan te ontsnappen? De tuin.
Het begon in Zemst
Wat aanvankelijk gewoon ontspanning was, groeide geleidelijk uit tot een kleine passie.
We begonnen te experimenteren met bloemen en planten. We ontdekten welke soorten het goed deden, welke koppig weigerden mee te werken en hoeveel voldoening het geeft wanneer een stukje grond dat je zelf hebt aangeplant plots begint te leven.
Daarbij vonden we ook inspiratie op andere plaatsen.
We werden grote fans van het BBC-programma Gardeners' World. Het enthousiasme waarmee er wordt geplant, geprobeerd, mislukt, geleerd en opnieuw begonnen, werkt behoorlijk aanstekelijk.
Een andere belangrijke inspiratiebron was de documentaire The Biggest Little Farm. Het verhaal van een boerderij waar men probeert samen te werken met de natuur en voortdurend zoekt naar een evenwicht tussen planten, dieren, bodem en water, maakte grote indruk op ons.
En zoals dat soms met hobby's gaat, begon het stilaan een beetje uit de hand te lopen.
Onze tuin in Zemst werd te klein voor alle ideeën die we nog wilden uitproberen.
Meer ruimte in Bierbeek
Toen we later naar Bierbeek verhuisden en daar de kans kregen om een mooi terrein te kopen, ontstond vrij snel de vraag: wat kunnen we met deze plek doen?
We wilden onderzoeken wat er gebeurt wanneer je een stuk grond bewust meer ruimte geeft aan bloemen, planten, bomen, insecten, vogels en andere dieren.
Ruimte om te planten en te experimenteren, maar ook ruimte om af en toe juist helemaal niets te doen en te kijken wat de natuur daar zelf van maakt.
En natuurlijk: de dieren. We zijn allebei grote dierenvrienden. Voor ons was het daarom eigenlijk vanzelfsprekend dat ons project niet alleen over bomen en bloemen zou gaan.
Een biodivers terrein leeft juist door alles wat er groeit, kruipt, vliegt en rondloopt — en door de wisselwerking daartussen.
Zo kwamen er kippen en loopeenden op de testsite en ontstonden plannen voor bijenvolken. We hingen nestkasten op voor wilde bezoekers en proberen ruimte te creëren voor insecten en andere kleine bewoners.
En dan is er natuurlijk Lego, onze golden retriever. Officieel onze hond. In de praktijk allemansvriend, vaste terreinmedewerker en inmiddels ook bewaker van de kippen.
Maar minstens zo leuk vinden we de dieren die we níét zelf naar het terrein hebben gebracht.
De tientallen vlinders die plots boven de bloemenweide verschenen. Putters die in groep op bezoek kwamen. Een kolibrievlinder die we er voordien nooit hadden gezien. Wilde bijen die zelf een nestplaats vonden in een verwilderde heuvel.
Sommige dieren wonen er permanent. Andere komen gewoon even kijken wat we aan het doen zijn.
Zo ontstond KURBI
Het oorspronkelijke idee achter KURBI was eigenlijk vrij bescheiden.
Het begon als een mogelijk partnerproject voor een advocatenkantoor dat concrete initiatieven zocht om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen en duurzaamheid tastbaarder te maken.
Maar terwijl we het concept verder uitwerkten, begon ook onze ambitie te veranderen.
Waarom zou zo'n initiatief exclusief voor één onderneming moeten zijn?
Waarom zouden we niet proberen een model te ontwikkelen waarbij verschillende ondernemingen kunnen bijdragen aan concrete, lokale biodiversiteitsprojecten?
Zo groeide een persoonlijke interesse in tuinieren, natuur en dieren langzaam uit tot het idee achter KURBI.
Eerst zelf proberen
Voor we anderen bij het verhaal wilden betrekken, vonden we dat we eerst zelf moesten experimenteren.
Ons terrein in Bierbeek werd daarom onze testsite.
We plantten bomen en struiken, zaaiden bloemenweiden, stopten duizenden bloembollen in de grond, hingen nestkasten op, creëerden wilde hoekjes en experimenteerden met dieren en verschillende vormen van natuurlijk beheer.
En vervolgens keken we wat er gebeurde.
Sommige ideeën werkten verrassend goed. Andere helemaal niet.
We zagen tientallen vlinders verschijnen en kregen nieuwe vogelsoorten op bezoek.
Maar we zagen ook jonge planten verdwijnen tijdens de droogte, zonnebloemzaden opgegraven worden door woelmuizen en leerden dat zelfs kamille soms zó goed groeit dat je haar beter wat afremt.
Ook onze dieren zorgden voor verrassingen en nieuwe vragen.
Gaandeweg ontdekten we dat precies daarin het interessante van zo'n testsite zit.
Proberen. Observeren. Leren. Aanpassen. En opnieuw proberen.
Niet alles hoeft door ons bedacht te zijn
Misschien is dat ook wat ons zo aansprak in The Biggest Little Farm.
Natuur bestaat uit relaties.
Een zonnebloem die we voor insecten planten, blijkt plots een favoriete voedselbron voor mezen en vinken.
Een wild hoekje dat we bewust niet onderhouden, wordt interessant voor vogels en wilde bijen.
Kraaien blijken roofvogels lastig te vallen.
Een hond die gezellig tussen de kippen loopt, lijkt tegelijk marterachtigen op afstand te houden.
En de woelmuizen die onze aanplantingen bijzonder lekker vinden, doen ons dan weer nadenken over een geschikte plek voor een bosuilenkast.
Niet alles wat gebeurt, hadden we vooraf bedacht.
Misschien is een van onze belangrijkste lessen wel dat biodiversiteit zich niet volledig laat ontwerpen.
Je kunt vooral proberen de juiste omstandigheden te creëren en vervolgens de natuur een deel van het werk laten doen.
En de volgende generatie doet mee
Onze kinderen kregen gaandeweg ook de microbe te pakken.
Planten. Dieren verzorgen. Een nestkast controleren. Kijken wat er bloeit. Of gewoon even stilstaan omdat er plots een vogel, vlinder of ander dier verschijnt dat we er nog niet eerder hadden gezien.
Het gaat niet alleen over wat we vandaag op een stuk grond kunnen veranderen, maar ook over de nieuwsgierigheid naar natuur die we aan een volgende generatie kunnen doorgeven.
Geen grootse beloftes
We denken niet dat een bloemenweide in Bierbeek de biodiversiteits- of klimaatproblematiek zal oplossen. Dat zou ook een vreemde belofte zijn. Maar we geloven wél dat veel concrete, goed doordachte lokale initiatieven samen verschil kunnen maken.
En we geloven dat ondernemingen daarin een belangrijke rol kunnen spelen.
KURBI wil proberen die werelden bij elkaar te brengen: ondernemingen die concreet willen bijdragen aan duurzaamheid, mensen met kennis en ideeën, en plekken waar opnieuw meer ruimte voor natuur kan worden gecreëerd.
We zijn nog maar begonnen
Wij zijn zelf nog volop aan het leren.
En eerlijk gezegd hopen we dat dat nooit helemaal stopt.
Want KURBI begon niet met het idee dat wij alle antwoorden hadden.
Het begon met een tuin in Zemst die te klein werd, een fascinatie voor planten en dieren, inspiratie van anderen, een stuk grond in Bierbeek en vooral heel veel zin om te ontdekken wat mogelijk is.
Ondertussen is het een project geworden dat we graag met anderen delen.
We hopen dat onze ervaringen — de successen én de mislukkingen — anderen op ideeën brengen.
Om ergens een boom te planten.
Een hoekje eens niet te maaien.
Een nestkast op te hangen.
Een lokaal biodiversiteitsproject te ondersteunen.
Of gewoon wat vaker te kijken naar alles wat er buiten rondvliegt, kruipt, groeit en bloeit.
Want uiteindelijk hoeft een positief verhaal niet altijd met iets groots te beginnen.
Soms begint het gewoon met een stukje grond en de vraag: wat als we hier eens wat meer ruimte aan de natuur geven?
Ewa & Philippe Oprichters van KURBI